Betekenis voor batuur en biodiversiteit -- Meer tekst
Stadsbomen kunnen worden gezien als natuurlijke elementen. Ze zijn weliswaar aangeplant, maar ze zijn volledig ondergeschikt aan de wetten van de natuur. Dat impliceert niet dat ze vergelijkbaar zijn met ongerepte natuur. Wat voor het stedelijke gebied van meer belang is, is het feit dat ze een natuurervaring kunnen oproepen en aanleiding kunnen zijn voor fascinatie. Een enkele straatboom kan voor bewoners meer betekenen dan een volwaardig natuurgebied, als deze natuur ver weg en moeilijk bereikbaar is.
 
 
Dode bomen -- Op plaatsen waar het mogelijk is dode en holle bomen te handhaven, zijn deze van grote betekenis voor de algemene biodiversiteit. Ze bieden voedsel- en schuil- en nestgelegenheid voor vogels, vleermuizen en insecten. (Amstelveen 1992)
 
Relatie met planten -- Veel planten leven op de een of andere wijze samen met bomen. Veel mossen en korstmossen leven op bomen. Vooral korstmossen zijn gevoelig voor luchtverontreiniging. De diversiteit van korstmossen zegt iets over de kwaliteit van de stedelijke atmosfeer. Stadsbomen die op een grazige standplaats groeien, kunnen een milieu scheppen dat geschikt is voor typische bossoorten, bijvoorbeeld bosanemoon en varens. Gezonde bomen kunnen ook goed samen groeien met klimop of andere lianen. In het vroege najaar wordt deze klimop druk bezocht door honingbijen, hommels, zweefvliegen en dagvlinders. In het voorjaar is het een fantastische plek voor broedvogels en foeragerende vogels.
 
Korstmos op bomen -- In de stad komen veel korstmossen op bomen voor. Als deze korstmossen verdwijnen, kan er iets aan de hand zijn met de stedelijke atmosfeer.
 
Tegen stammen en op takken van bomen kunnen allerlei mossen groeien. Tussen deze mossen leven weer kleine dieren zoals insecten en spinnen, die dienen als voer voor vogels.
 
Corridors -- Vooral inheemse boomsoorten zijn bolwerken van allerlei soorten insecten. Veel van deze insecten trekken vogels aan, zoals de fitis, de boomkruiper, de zwartkop en verschillende soorten mezen. Lanen spelen een belangrijke rol als oriëntatiepunt tijdens de vogeltrek. Ook voor vleermuizen zijn lanen van grote betekenis, omdat deze zoogdieren zich met hun echolocatie langs deze groene structuren oriënteren tijdens de vluchten tussen slaap - en voedselplaats. (Utrecht, Overvecht 2004)
 
Paddenstoelen -- Veel bomen hebben voor hun groei een noodzakelijke relatie met schimmels nodig. Lange tijd zagen we daar in de stad weinig voorbeelden van. Door het veranderende beheer in de laatste decennia krijgen we echter steeds meer van deze schimmels te zien in de vorm van paddenstoelen, zoals de vliegenzwam, verschillende soorten boleten en russula's. Op bomen die minder vitaal zijn komen andere paddenstoelen en zwammen te voorschijn.
--
Natuurwaarde
Voor de biodiversiteit en de natuurbeleving zijn bomen van grote betekenis. De meest opvallende rol spelen de vogels, zowel in de broed- als in de trektijd. In de nazomer en in de winter vliegen putter en sijs soms massaal op zwarte els. In grote steden is de boomklever het hele jaar door aanwezig. De bonte specht is een trouwe broedvogel in iedere stad en ook de groene specht is allang geen bijzonderheid meer.
In het najaar komen er onder stadsbomen tientallen soorten paddenstoelen voor.
Tijdens de bloei worden bomen door hommels, bijen en vele andere bloembezoekende insecten bezocht.
Lanen en rijen met straatbomen worden door vleermuizen voor oriëntatie gebruikt. Oude bomen worden vooral als nestgelegenheid gebruikt door vogels, maar ook door vleermuizen als plaats voor een kraamkolonie of overwintering.
Bomen zijn voor de beleving, ook als zelfstandig element, van belang. Het uitlopen van de knoppen in het voorjaar, het dragen van vruchten en de herfstkleuren zijn fascinerende natuurverschijnselen.
 
Literatuur
Koster, A. (2001) Paddestoelen varen wel bij ecologisch verantwoord groenbeheer. Tuin & Landschap 23 (21): 50-52.
Beutler, A., & C. Herfort (1995). Altbäume in der Stadt. Stadt und Grün 44 (7), 501-506.
Limpens, H., W. Bongers & J. Kopinga (1991). Het belang van oude bomen voor vleermuizen. De Levende Natuur 92 (4): 139-144.
Terug naar argumenten